|
QFD (Quality
Function Deployment)
QFD is een methode
om, samen met een groep van terzake deskundigen (klant èn engineer), te
komen tot heldere specificaties van product, proces of dienst, zodat op gestructureerde
manier aan de eisen en wensen van de klant (de markt) kan worden voldaan.
|
|
DFA (Design
for Assembly)
DFA is een techniek van ontwerpen van
producten, waarbij van het begin af aan rekening wordt gehouden met het
assembleren van de onderdelen. Bij DFA wordt onder andere gelet op het
verminderen van het aantal onderdelen en de tijd die nodig is voor het
oppakken, positioneren en samenstellen van de onderdelen.
De DFA techniek maakt de knelpunten in een
ontwerp zichtbaar en geeft de mogelijkheden voor verbetering aan.
Doordat DFA doorgaans tot minder onderdelen
leidt, en daarmee tot minder energieverbruik, heeft DFA onbedoelde positieve
neveneffecten op het milieu.
|
|
FMEA (Failure Modes
& Effects Analysis)
FMEA is een methodiek
om, met behulp van een groep terzake deskundigen (ontwerpers, engineers,
'blue collar workers') een inventarisatie te maken van de faalmogelijkheden,
faalkansen (risico's) en de gevolgen daarvan voor apparaat, machine, proces,
product of dienst.
|
|
MSA (MeetSysteem
Analyse)
Meetsysteem analyse is een
methodiek om vast te stellen of een bepaald meetsysteem aan de daaraan te
stellen eisen (nauwkeurigheid, herhaalbaarheid, etc) voldoet. MSA bestaat
meestal uit het uitvoeren van een R&R studie (zie hieronder).
|
|
Poka
Yoke
Poka Yoke is een benaderingswijze die
in het ontwerptraject van product, proces of dienst kan worden gehanteerd om
voor de hand liggende menselijke fouten te voorkomen of te verhinderen. Een
aansprekend voorbeeld is het 'afgesneden' hoekje van een diskette, die
voorkomt dat men de diskette op zijn kop in het diskettestation kan
plaatsen.
|
|
Value
Engineering / Value Analysis
Value Engineering en Value Analysis
zijn methoden waarbij in het ontwerptraject van product, proces of dienst
aandacht wordt besteed aan de waardeopbouw van de onderdelen. Door
vermindering van het aantal onderdelen (zie DfA) of door uitwisseling van
onderdelen met goedkopere varianten, met instandhouding van de gewenste
kwaliteit, kan een goedkoper en vaak beter product worden ontworpen.
|
|
SPC (Statistical
Process Control)
SPC is een methodiek
om, door middel van metingen aan relevante parameters van grondstof, proces,
product of dienst, het proces stationair te laten verlopen. Daarbij wordt
het ingrijpen in het proces beperkt tot die momenten waarop uit het verloop
van het proces zelf blijkt dat ingrijpen noodzakelijk is. Met SPC wordt
voorkomen, dat men reageert op proces-inherente variatie; zou men wel op
dergelijke spreiding reageren, dan zou men de spreiding van het proces
juist verhogen. Proces inherente variatie: Variatie die onlosmakelijk aan
het proces verbonden is.
SPC reduceert in een aantal stappen
de variatie in een proces. Zie ook het Overzicht
SPC. Door consequent spreidingsbronnen te elimineren kan men dicht
in de buurt van een "Zero Defects" situatie komen.
|
|
Process Capability
Process Capability is een aanduiding voor de mate
waarin een proces in staat is om stabiel en voorspelbaar de gewenste producten
of diensten te leveren. De Process Capability wordt doorgaans uitgedrukt in
een Process Capability Index. Deze index bestaat in diverse varianten, maar is
in essentie steeds gelijk aan het quotiënt van de breedte van het
specificatiegebied (teller) en de proces-inherente spreiding (noemer). Zie ook
SPC. Het berekenen van de Process Capability Index is eigenlijk alleen zinvol
wanneer het proces statistisch beheerst (stationair) verloopt.
|
|
"Six Sigma"
"Six Sigma" is een
initiatief van de Amerikaanse firma Motorola om de kwaliteit en (vooral)
betrouwbaarheid van hun producten te verhogen. Doorgaans wordt in een
productieproces een Cpk waarde van 1,33 als ondergrens voor een 'goed' proces
aangenomen. Wanneer de complexiteit van het product echter toeneemt, dan kan
gemakkelijk worden aangetoond dat de betrouwbaarheid van het product snel
daalt, ook al voldoet elk deelproces aan Cpk = 1,33. Daarom stelt Motorola de
(veel strengere) eis dat Cpk=2,00 voor de deelprocessen. Ruwweg kan men dan
zeggen dat voor het gerede product een uitval van 2 à 3 ppm (producten
per miljoen) wordt bereikt.
Bij een Cpk=2,00 is de spreiding in
het deelproces zo klein, dat de specificatiegrenzen (onder- en bovengrens) op
een afstand van 6 standaardafwijkingen ("Six Sigma") van het
procesgemiddelde liggen.
Motorola heeft de redenering ook
omgedraaid: wanneer in een bepaald proces slechts 2 a 3 fouten per miljoen
(mogelijkheden) worden gemaakt (denk aan de typefouten van een typiste), dan
werkt men volgens 'six sigma'.
Tenslotte wordt het project om 'six
sigma' in een bedrijf te bereiken (er moet nogal wat voor worden gedaan)
tegenwoordig ook vaak met "Six Sigma" aangeduid.
|
|
R&R (Repeatability
& Reproducibility) studies
Met een R&R
studie worden meetprocessen geanalyseerd. Met name wordt bepaald of de
meetonnauwkeurigheid afkomstig is van de operator (R - reproducibility)
of het meetapparaat (R - repeatability) zelf. Tenslotte wordt een relatie
gelegd met het specificatiegebied van de gemeten variabele (R&R %).
De methode houdt in dat meerdere monsters door meerdere operators meerdere
malen wordt gemeten, en wel volgens een bepaald testschema (DOE).
Het uitvoeren van een R&R studie is
belangrijk omdat beslissingen vaak op verzamelde metingen is gebaseerd.
Wanneer de meetmethode niet deugt is het mogelijk dat daardoor foute
beslissingen worden genomen.
OPQ Software heeft een uitvoerbare ".exe" applicatie
ontwikkeld (voor Windows) om een geschikte proefopzet te genereren en om de
meetgegevens van een R&R studie te analyseren. De applicatie maakt
desgewenst automatisch een rapport in MS Word. De proefopzet kan worden
geëxporteerd naar MS Excel.
Meer informatie via
info@opqconsultancy.nl
|
|
DOE (Design Of
Experiments)
DOE is een methodiek
om industriële experimenten op een efficiënte manier op te zetten en te
plannen. De structuur van een DOE experiment is zodanig dat de verhouding
informatie/geld ("information value for money") zo gunstig mogelijk is.
|
|
TPM (Total Productive
Maintenance)
TPM (ook wel Total Preventive
Maintenance genoemd) is een aanpak om de up-time van machines en
apparatuur te optimaliseren. In het kader van TPM wordt de OEE (Overall
Equipment Efficiency) van een fabriek berekend. Met telkens herberekende OEE's
kan men dan de voortgang meten. De up-time van machines wordt verbeterd door
het uitbannen van 7 hoofdoorzaken van machine-stilstand. TPM gaat hand in hand
met een aanpak van 'good housekeeping', d.w.z. schoonhouden van machines en
gebouwen, preventieve smeerschema's en dergelijke.
|
|
JIT (Just
In Time)
JIT is een benaderingswijze, waarbij
voortbrengingsprocessen zodanig worden ingericht dat het gerede product vlak
voor het bedoelde gebruik tot stand komt.
JIT kan alleen worden toegepast wanneer men
voorspelbaar en ongestoord kan produceren. JIT elimineert tussenopslag,
tussenvoorraden en voorraad van het eindproduct.
Het "afbakken" van brood in een
supermarkt kan als een vorm van JIT productie worden gezien.
|
|
|
|
|
Kringloop
van de methodieken
|
|
|
|